Subacromiaal impingement

Subacromiaal impingement

Impingement van de schouder is een veelvoorkomende aandoening waarbij de pezen van de rotator cuff bekneld raken tussen de bovenkant van de arm en een deel van het schouderblad, bekend als het acromion. Dit kan leiden tot pijn, zwelling, en beperkte bewegingsvrijheid in de schouder. Het komt vaak voor bij mensen die herhaaldelijke bewegingen boven het hoofd uitvoeren, zoals atleten of handarbeiders, maar het kan ook ontstaan door structurele afwijkingen of als gevolg van veroudering.



Niet-Operatieve Behandeling

De meeste gevallen van schouderimpingement kunnen succesvol behandeld worden zonder operatie. De focus ligt op het verminderen van ontsteking, het verbeteren van de mobiliteit en het versterken van de schouder om verdere beknelling te voorkomen. Niet-operatieve behandelingen omvatten:

  • Rust en activiteitsaanpassing: Vermijden van activiteiten die pijn veroorzaken, vooral bewegingen boven het hoofd.
  • IJsapplicaties: Om zwelling en pijn te verminderen.
  • Fysiotherapie: Gericht op het verbeteren van de flexibiliteit en de kracht van de schouder, en het herstellen van een normaal bewegingspatroon.
  • Medicatie: Niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID's) kunnen helpen om pijn en ontsteking te verminderen.
  • Corticosteroïde injecties: Worden soms gebruikt als pijn en ontsteking niet reageren op andere behandelingen.

Operatieve Behandeling

Als niet-operatieve behandelingen niet effectief zijn, kan een operatie overwogen worden. De meest voorkomende chirurgische procedure voor impingement is een subacromiale decompressie, waarbij het acromion wordt aangepast om meer ruimte te creëren voor de rotator cuff pezen. Dit kan arthroscopisch worden uitgevoerd, een minimaal invasieve methode die over het algemeen een sneller herstel mogelijk maakt.

Revalidatie na Operatie

Revalidatie na een operatie aan de schouder is cruciaal voor een succesvol herstel en omvat verschillende fasen:

  1. Onmiddellijke postoperatieve fase: De focus ligt op pijnbeheersing en het beperken van ontsteking met behulp van ijs en medicatie. Beweging van de schouder wordt beperkt om de genezing te bevorderen.
  2. Vroege revalidatiefase: Begint zodra de arts dit adviseert, vaak binnen een week na de operatie. Het omvat zachte passieve bewegingsoefeningen om de mobiliteit te verbeteren zonder de herstellende structuren te belasten.
  3. Intermediate fase: Naarmate de genezing vordert, worden actieve bewegingsoefeningen en lichte krachttraining geïntroduceerd om de spieren rond de schouder te versterken.
  4. Late revalidatiefase: Richt zich op het herstellen van de volledige kracht, uithoudingsvermogen, en functie van de schouder door middel van specifieke oefeningen en activiteiten.

Het volledige herstel van een schouderoperatie kan enkele maanden tot een jaar duren, afhankelijk van de specifieke procedure en de individuele vooruitgang van de patiënt. Een nauwe samenwerking met fysiotherapeuten en het strikt volgen van het revalidatieprogramma zijn essentieel voor een goed herstel.


Subacromiaal impingement

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x