Voetpathologie

Onze voeten hebben we dagelijks nodig om ons te kunnen voortbewegen. Er bestaan verschillende functionele voetproblemen waardoor het wandelen of langdurig rechtstaan, problemen kan veroorzaken. 


Hallux valgus 

Dit is verreweg het meest bekende voetprobleem. Er ontstaat een onevenwicht tussen het gewrichtskapsel aan de binnenzijde en de buigpezen, waardoor er een verschuiving ontstaat in het gewricht van de grote teen. Vaak wordt deze aandoening overgeërfd. Mannen hebben hier minder last van doch niet onmogelijk. De belangrijkste behandeling is uiteraard preventie. Brede schoenen zijn aan te raden.

Teenspreiders of verbanden houden de evolutie niet tegen.

Vaak rest er maar één oplossing: chirurgische correctie. Afhankelijk van de ernst van de afwijking wordt er één of meerdere zogenaamde osteotomie gemaakt. Hierbij wordt het bot doorgezaagd en in een correcte stand gefixeerd. Gewoon de "knobbel" of "bunion" afkappen werd vroeger vaak gedaan en geeft zeer slechte resultaten.

U mag na de ingreep onmiddellijk steunen met een speciale schoen. Langdurige gipsimmobilisaties zijn dus niet meer noodzakelijk.

Hamertenen

Deze gaan vaak gepaard met een "hallux valgus" omdat de grote teen tegen de 2e teen drukt en deze hierbij vervormt. Bij een hamerteen ontstaat er een abnormale kromming in de teen waarbij de steunname eerder op de tip i.p.v. op de onderzijde van de teen plaatsvindt. Dit geeft pijnlijke steunname, hinder in schoeisel en last t.h.v. de nagels. Een conservatieve behandeling hiervoor zijn steunzolen of een siliconen orthose. Een heelkundige correctie kan uiteindelijk noodzakelijk zijn. Maar indien een hallux valgus aanwezig is, dient deze ook gecorrigeerd te worden. 

Platvoet (pedes planovalgi)

Platvoeten worden vaak vastgesteld bij opgroeiende kinderen.

Heel vaak vergen platvoeten helemaal geen behandeling. Indien deze pijnloos zijn en geen last geven in het dagelijkse leven of het sporten, is verdere behandeling niet aangewezen.

Uitgesproken platvoeten kunnen wel pijn geven t.h.v. de voeten tijdens het sporten of zelfs hogerop t.h.v. het onderbeen of de knieën. Een klinisch onderzoek is steeds noodzakelijk vaak aangevuld met een röntgenopname. Een soepele platvoet kan gecorrigeerd worden met een aangepaste steunzool. Hiervoor wordt een voetafdruk genomen en worden de steunzolen enkele dagen later aangemeten. Voor de terugbetaling heeft u een voorschrift nodig van een orthopedisch chirurg. Onder de leeftijd van 18 jaar kan u deze jaarlijks vernieuwen, nadien elke 2 jaar. Een stijve of rigiede platvoet wordt veroorzaakt door een abnormale beenderige of niet-beenderige coalitie waarbij 2 botkernen met elkaar versmolten zijn i.p.v. los van elkaar bewegen. Indien steunzolen en kinesitherapie geen hulp meer bieden, kan een operatief ingrijpen  noodzakelijk zijn. Afhankelijk van de bevindingen, moet een osteotomie (verschuiven hielbeen/correctie midvoet) met een peesherstel/transfer uitgevoerd worden.


Holvoet (pedes cavovarus)

Holvoeten worden gekenmerkt door een hoge voetwreef. Hierdoor komt er veel druk op de hiel en voorvoet. Vaak is er ook een verkorte Achillespees. Holvoeten zijn vaak erfelijk. Als dit bv samen voorkomt met weing gespierde kuiten moet gedacht worden aan een onderliggende pathologie zoals Charcot-Marie-Tooth. De initële behandeling bij holvoeten bestaat meestal uit steunzolen samen met het stretchen van de Achillespees. Indien de holvoet zo ver gevorderd is, moet aan een operatief ingrijpen gedacht worden. 

Voetpathologie

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x